Rechtbank legt geen extra straf op in ontuchtzaak
Op 29 januari 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in de strafzaak tegen client. De verdenking bestond uit het plegen van ontucht met een minderjarige. Client heeft de zaak uit eigen initiatief bekend naar aanleiding van een eerdere veroordeling door de rechtbank. In een soortgelijke zaak ging het om 5 gevallen van ontucht waarbij een straf van 24 maanden en TBS met dwangverpleging werd opgelegd. Deze straf is in hoger beroep vervolgens door het gerechtshof is bevestigd.
De rechtbank heeft het pleidooi van de verdediging (toepassing van art 9a Sr) integraal gevolgd. De rechtbank is het eens met de verdediging dat een extra straf geen toegevoegde waarde heeft omdat er al een TBS-maatregel is opgelegd. Client is sinds juni 2025 TBS-passant en staat al geruime tijd op een wachtlijst. De rechtbank volgt de verdediging in haar standpunt dat de behandeling zo spoedig mogelijk moet starten. Een nieuwe gevangenisstraf zal dat traject doorkruisen. Daarom volgt de rechtbank de eis van de officier van justitie van 3 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet. Hierbij speelt een rol dat deze zaak niet tot een hogere straf dan 24 maanden zou hebben geleid als deze bij de andere zaken zou zijn gevoegd. Tot slot weegt de rechtbank mee dat client openheid van zaken heeft gegeven. En dat hij schuldbewust is en dat er lange wachtlijsten zijn voor TBS-passanten.
De volledige uitspraak van de rechtbank is hier te vinden.